Vooronderzoek In de aanloop naar het Orion Programma is een inventariserend onderzoek gedaan naar cognitieve talentontwikkeling op jonge leeftijd. De centrale vragen in dit onderzoek waren:
- Welk aanbod is er op dit moment voor excellente leerlingen in het basisonderwijs vanuit science centra, universiteiten en bedrijven?
- Hoe zou dit aanbod vorm kunnen krijgen wat betreft inhoud, werkwijzen en organisatie, zodat het optimaal voldoet aan de behoeften van de doelgroep?
In het kader van het onderzoek is gebruik gemaakt van expertpanels, deskresearch, een enquête onder de (36) Jet-Netbedrijven, diepte-interviews met experts, universiteiten, bedrijven en science centra en een enquête onder (700) VTB-basisscholen. Daarnaast is internationaal gekeken naar de aanpak in een aantal andere landen.
De aanbevelingen uit dit onderzoek zijn:
-
Ontwikkel een aanbod waarin kennismaking met de wetenschap centraal staat met als doel talentontwikkeling in het basisonderwijs. Zo wordt kinderen de kans gegeven tot excellente prestaties te komen. Verdere verdieping door een intensief programma voor de reeds excellent presterende kinderen is gewenst.
- Het is van belang dat het basisonderwijs de doelen van het aanbod formuleert. Welke inhoudelijke thema’s er aangeboden worden is minder van belang. Universiteiten, science centra en bedrijven kunnen daarvoor aansluiten bij de beschikbaarheid van geschikte mensen, middelen en faciliteiten. Het is daarbij wel van belang om het huidige aanbod van voornamelijk bètawetenschappen te verbreden naar de alfa en gammawetenschappen. Een brede oriëntatie op wetenschap en een brede talentontwikkeling is met name in het basisonderwijs van groot belang.
-
De universiteit(en) in een regio, hogescholen, vo-scholen en po-scholen, mogelijk aangevuld met R&D afdelingen van bedrijven, science centra, musea, science promotie organisaties zouden een gedegen netwerk moeten vormen waarbinnen de afstemming van vraag en aanbod en de programmering plaatsvindt. Om dit alles te coördineren kan een voorbeeld genomen worden aan de Engelse ‘Excellence Hubs’. Er zouden regionale ‘Wetenschapsknooppunten’ ontwikkeld moeten worden, die tevens een loketfunctie hebben voor de scholen in de regio.
-
Omdat er nog weinig ervaring is met aanbod van universiteiten voor het primair onderwijs is het van belang een ontwikkeling in gang te zetten die klein begint en daardoor hanteerbaar is. Er wordt voorgesteld drie pilots op te zetten waarin ervaringen opgedaan worden waaruit best-practices gedestilleerd kunnen worden. Op termijn kan dan gedacht worden aan een landelijk dekkend stelsel van netwerken.
Het onderzoek kunt u hier downloaden. |